 Ze zijn er nog. Amsterdamse winkels die jarenlang, tientallen jaren soms, meegaan. Niet trendy, maar toch anders. Vandaag deel 3: de badjassenwinkel.
Badjassen. Monique Schuchart heeft er zeker honderd. "Eentje heb ik er wel in dertig kleuren." In haar winkel hangen ze dicht op elkaar, in lange rekken. Badjassen met capuchon, van zijde, velours, gevoerd, extra lang. Voor baby's, kinderen, kleine of juist uit de kluiten gegroeide volwassenen. "Ergens moet ik nog een XXXXXL hebben," zegt ze en racet door haar collectie. "Hier is er eentje." Een mega-large zwart-grijze Bugatti. Moniques badjassen zijn haar trots. "Ik geloof niet dat er een winkel is die er zoveel heeft. Soms hoor je wel eens iets over een soortgelijke zaak, maar dat vind ik moeilijk te geloven." Een gemakkelijke markt is het niet. "De mensen moeten je weten te vinden," verzucht ze. (...)
Haar moeder, Wil van Dam, begon met een winkeltje in 1984. Een oud pandje, met historische tegeltjes, een trapje met een wat onzekere leuning en een bovenkamertje. Op zaterdagen hielp Monique er dikwijls. "Ik ben er, als het ware, in gegroeid." Al had ze nooit gedacht van die jassen haar vak te maken. "Ik studeerde kunstgeschiedenis, schilderde en fotografeerde. Dat laatste doe ik overigens nog steeds." Vijf jaar terug, na de dood van haar moeder, besloot ze de winkel voort te zetten. Omdat ze er zin in had en het is, zegt ze, 'ook een herinnering'. "In het begin maakte ik wel fouten hoor. Kocht ik bijvoorbeeld veel te grote partijen. Daar leer je van." Nu slaat ze bewust in en ontdekt in haar badjassen soms ook ware kunst.
|  |  Bij binnenkomst gaat Monique een beetje schuil achter twee kleurige Kenzo-exemplaren. Geen 'koopjes'. Zo'n couture-badjas komt zomaar op 259 euro. "Maar het is wel iets exclusiefs." (...) Ze houdt er een badlaken bij, van een vergelijkbaar design. "Het lijkt wel op elkaar, maar let eens op die kleuren van die jas? Veel sprekender, levendiger." En het ontwerp - een scala aan uiteenlopende vierkanten - heeft wel iets van een schilderij. Ze haalt er nog een jas bij; een op het oog heel gewone, van badstof. Een klein college blijkt hier op zijn plaats. De kenner ziet de kleur donkergeel heel natuurlijk, vloeiend haast, overlopen in een lichtere tint. "En dat is ontzettend moeilijk te maken in badstof. Dat vind ik mooi. Ik kan me helemaal verliezen in kleuren." De leek knikt.
Toen haar moeder de zaak begon, hingen er al badjassen, maar kwamen de meeste bezoekers toch voor een andere specialiteit van het huis: het borduurwerk op onder meer badlakens. Monique: "Daar maakte ze iets speciaals van." Een badjasje met de naam van een pasgeborene, een jarige of een bedrijf, alles kon. Monique borduurt ook. (...)
Hoeveel mensen gemiddeld haar winkeltje bezoeken? Dat varieert. "Soms is er maar één klant voor een badjas op een dag. Maar dat is dan meestal wel een goeie." En ze heeft haar vaste, trouwe clientèle. "Sommigen komen hier al meer dan vijftien jaar, " zegt ze. Meestal als er iets te vieren, dus te borduren, valt. Of om de oude badjas te verruilen voor een nieuw exemplaar.
Keuze genoeg. Nederlandse, Duitse of Oostenrijkse exemplaren, ze hangen er. En Zweedse. Die behoren tot het meer exclusieve aanbod. (...)
|  | 
|